Chemotherapie kan verschillende klachten aan je handen en voeten veroorzaken, zoals pijn, roodheid, tintelingen, gevoelloosheid en huidveranderingen. Dit komt doordat bepaalde chemotherapeutische middelen de huid en zenuwen beïnvloeden. De meest bekende bijwerkingen zijn het hand-voetsyndroom en perifere neuropathie. In dit artikel lees je welke klachten kunnen ontstaan, hoe je ze herkent en wanneer je ze bespreekt met je behandelteam.
Welke soorten klachten aan handen en voeten veroorzaakt chemotherapie?
Chemotherapie kan meerdere soorten klachten aan handen en voeten veroorzaken. De meest voorkomende zijn huidklachten zoals roodheid, pijn en blaarvorming, zenuwklachten zoals tintelingen en gevoelloosheid, en veranderingen aan de nagels. Welke klachten je krijgt, hangt af van het type behandeling dat je ontvangt en de dosering.
Niet iedereen ervaart dezelfde bijwerkingen van chemotherapie aan handen en voeten. Sommige mensen hebben milde klachten die nauwelijks opvallen, terwijl anderen last krijgen van ernstiger symptomen die dagelijkse activiteiten zoals lopen of schrijven bemoeilijken. Het is daarom nuttig om te weten welke klachten kunnen optreden, zodat je ze tijdig herkent en bespreekt met je oncoloog of verpleegkundig specialist.
De drie hoofdcategorieën van klachten zijn:
- Huidklachten, zoals roodheid, zwelling, pijn, schilfering en blaren. Bij chemotherapeutische middelen zoals capecitabine en fluorouracil noemen artsen dit het hand-voetsyndroom. Bij bepaalde doelgerichte therapieën, zoals VEGFR-remmers, kan een vergelijkbare maar andere reactie optreden: de hand-voet huidreactie (HFSR). Verderop in dit artikel lees je meer over dit onderscheid.
- Zenuwklachten, zoals tintelingen, een brandend gevoel, gevoelloosheid of krachtverlies. Dit heet perifere neuropathie.
- Nagel- en huidveranderingen, zoals verkleuringen, broze nagels of droge huid.
Wat is het hand-voetsyndroom en wanneer ontstaat het?
Het hand-voetsyndroom is een bijwerking van bepaalde chemotherapeutische middelen, zoals capecitabine en fluorouracil, waarbij de huid van de handpalmen en voetzolen reageert op het medicijn. Kenmerkende klachten zijn roodheid, zwelling, pijn en in ernstiger gevallen blaarvorming of schilfering. De klachten ontstaan meestal na enkele weken behandeling, maar het tijdstip verschilt per persoon en per type chemotherapie.
De medische term voor het hand-voetsyndroom is palmoplantaire erytrodysesthesie. Dat klinkt ingewikkeld, maar het betekent simpelweg dat de huid van je handpalmen en voetzolen gevoeliger en roder wordt. Dit komt doordat bepaalde chemotherapeutische middelen via kleine bloedvaten in de huid terechtkomen en daar een reactie veroorzaken.
Je kunt de klachten herkennen als:
- Roodheid of warmte in de handpalmen of voetzolen
- Een gespannen of branderig gevoel
- Gevoeligheid bij aanraking of druk, bijvoorbeeld bij lopen of het vasthouden van voorwerpen
- In een later stadium: blaren, schilfering of wondjes
Merk je dat je handen of voeten roder worden of gevoeliger aanvoelen na het starten van een chemotherapeutische behandeling? Meld dit dan aan je oncoloog of verpleegkundig specialist. Je hoeft zelf niet te bepalen hoe ernstig de klachten zijn — dat beoordelen zij samen met jou. Vroeg bespreken kan helpen om de klachten beheersbaar te houden. Meer informatie over dit onderwerp vind je op https://www.handvoetsyndroom.nl/.
Wat is het verschil tussen het hand-voetsyndroom en de hand-voet huidreactie?
Het hand-voetsyndroom (HVS) en de hand-voet huidreactie (HFSR) lijken op elkaar, maar zijn niet hetzelfde. Ze ontstaan door verschillende soorten medicijnen en hebben elk een eigen patroon van klachten.
Het hand-voetsyndroom treedt op bij bepaalde chemotherapeutische middelen, zoals capecitabine en fluorouracil. De huid van de handpalmen en voetzolen wordt rood, pijnlijk en gezwollen, en kan in ernstiger gevallen gaan schilferen of blaren vormen. De klachten zijn diffuus verspreid over de handpalm of voetzool.
De hand-voet huidreactie treedt op bij bepaalde doelgerichte therapieën, zoals VEGFR-remmers en multikinase-remmers (ook wel TKI’s genoemd). Bij HFSR ontstaan de klachten vaak op plaatsen waar druk of wrijving optreedt, zoals de hielen of de bal van de voet. Kenmerkend zijn eeltachtige verdikkingen, soms met een rode rand, en pijnlijke plekken die er anders uitzien dan bij HVS.
Weet je niet zeker welke reactie bij jou speelt? Dat hoef je ook niet zelf uit te zoeken. Bespreek je klachten met je oncoloog of verpleegkundig specialist — zij kunnen beoordelen om welke reactie het gaat en wat de beste aanpak is.
Hoe herken je perifere neuropathie door chemotherapie?
Perifere neuropathie door chemotherapie is een zenuwbeschadiging die zich uit in tintelingen, een brandend gevoel, gevoelloosheid of pijn in de handen en voeten. Het voelt soms aan als “naalden en spelden” of alsof je handschoenen of sokken draagt terwijl dat niet zo is. Deze klachten beginnen vaak in de vingertoppen of tenen en kunnen zich uitbreiden.
Neuropathie door chemotherapie ontstaat doordat sommige chemotherapeutische middelen de zenuwen buiten het centrale zenuwstelsel aantasten. Deze zenuwen sturen signalen door van en naar je handen en voeten. Wanneer ze beschadigd raken, kunnen de signalen verstoord raken, wat leidt tot de typische tintelingen of gevoelloosheid.
Naast tintelingen en gevoelloosheid kunnen ook de volgende klachten optreden:
- Verminderd gevoel voor temperatuur, waardoor je minder goed voelt of iets heet of koud is
- Problemen met de fijne motoriek, zoals knopen dichtmaken of een pen vasthouden
- Minder evenwicht of onzekerheid bij het lopen
- Een branderig of stekend gevoel, vooral ’s nachts
Perifere neuropathie kan van invloed zijn op je dagelijks functioneren. Bespreek deze klachten altijd met je oncoloog of verpleegkundig specialist, ook als ze mild lijken. Sommige mensen zijn bang dat het melden van klachten gevolgen heeft voor hun behandeling. Toch is het belangrijk om er open over te zijn: je behandelteam kan dan samen met jou bekijken welke mogelijkheden er zijn. In sommige gevallen kan de oncoloog beoordelen of een aanpassing van de dosering, een tijdelijke pauze van de behandeling, of soms een alternatief geneesmiddel zinvol is om verdere zenuwschade te beperken. Welke keuze het beste past, hangt af van jouw situatie en wordt door de oncoloog gemaakt. Pas je medicatie nooit zelf aan of stop er nooit mee zonder dit eerst met je behandelteam te bespreken.
Welke nagel- en huidveranderingen kunnen optreden?
Chemotherapie kan ook zichtbare veranderingen aan de nagels en huid van je handen en voeten veroorzaken. Nagels kunnen brozer worden, verkleuren, loslaten van het nagelbed of horizontale lijnen vertonen. De huid kan droger, dunner of gevoeliger worden dan je gewend bent.
Deze veranderingen zijn een bekende bijwerking van chemotherapie en hoeven niet altijd pijnlijk te zijn, maar kunnen wel ongemakkelijk aanvoelen. Enkele veelvoorkomende veranderingen zijn:
- Nagelverkleuring: nagels kunnen geel, bruin of zwart worden
- Broze of breekbare nagels: nagels breken sneller of groeien langzamer
- Beau-lijnen: horizontale groeven in de nagel die ontstaan door een tijdelijke onderbreking van de nagelgroei
- Onycholyse: het loslaten van de nagel van het nagelbed, wat soms pijnlijk kan zijn
- Droge of schilferige huid: de huid kan uitdrogen, ruw aanvoelen of gaan schilferen
Merk je dat een nagel loslaat of dat de huid rondom je nagels ontstoken of pijnlijk is? Neem dan contact op met je oncoloog of verpleegkundig specialist. Zij kunnen beoordelen of extra zorg of een aanpassing van de behandeling nodig is. Bij aanhoudende of ernstige nagelklachten kan je behandelteam je eventueel doorverwijzen naar een dermatoloog.
Wat kun je doen om klachten aan handen en voeten te verlichten?
Er zijn verschillende maatregelen die kunnen helpen om klachten aan handen en voeten tijdens chemotherapie te verlichten. Denk aan het beschermen van de huid, het vermijden van druk en wrijving, en het gebruik van milde verzorgingsproducten. Overleg altijd met je oncoloog of verpleegkundig specialist voordat je iets verandert in je verzorgingsroutine.
Praktische tips die mensen tijdens een chemotherapeutische behandeling als nuttig ervaren:
- Gebruik geparfumeerde zeep en producten met alcohol zo min mogelijk, omdat deze de huid kunnen uitdrogen
- Smeer je handen en voeten regelmatig in met een rijke, ongeparfumeerde vochtinbrengende crème
- Draag zachte, goed passende schoenen die druk op de voetzolen beperken
- Vermijd strak zittende handschoenen of sokken die wrijving veroorzaken
- Bescherm je handen bij klusjes in huis, zoals afwassen of schoonmaken
- Vermijd extreme temperaturen, zoals erg heet water of intense kou
- Draag bij neuropathieklachten antislipschoenen of schoenen met stevige zolen om veilig te lopen
Vraag je oncoloog of verpleegkundig specialist welke aanpak het beste past bij jouw situatie en jouw type behandeling. Zij kunnen je persoonlijk advies geven en eventueel doorverwijzen naar een dermatoloog of andere specialist. Pas je verzorging of medicatie nooit zelf aan zonder dit eerst te bespreken met je behandelteam.
Gaan klachten aan handen en voeten na chemotherapie vanzelf over?
Bij veel mensen verminderen de klachten aan handen en voeten na het stoppen of afbouwen van de chemotherapie geleidelijk. Huidklachten zoals roodheid en schilfering herstellen vaak binnen enkele weken tot maanden. Zenuwklachten zoals tintelingen of gevoelloosheid kunnen langer aanhouden en soms blijvend zijn, maar dit verschilt sterk per persoon en per behandeling.
Het herstel hangt af van verschillende factoren, zoals het type chemotherapeutisch middel, de totale dosering en hoe lang de behandeling heeft geduurd. Huidgerelateerde klachten, zoals die bij het hand-voetsyndroom, verminderen in veel gevallen na verloop van tijd. Zenuwschade door perifere neuropathie herstelt langzamer, omdat zenuwen meer tijd nodig hebben om te genezen.
Heb je na het afronden van je chemotherapeutische behandeling nog steeds last van klachten aan je handen of voeten? Bespreek dit dan met je oncoloog of verpleegkundig specialist. Zij kunnen beoordelen of aanvullende begeleiding of behandeling zinvol is. Klachten die aanhouden hoef je niet te negeren of vanzelfsprekend te vinden.
Bereid je voor op het gesprek met je behandelteam door klachten bij te houden: wanneer zijn ze begonnen, hoe ernstig voelen ze aan en wat maakt ze beter of slechter? Dat helpt je oncoloog of verpleegkundig specialist om een goed beeld te krijgen van wat je ervaart.
