Pijnlijke handen en voeten na chemotherapie worden vaak veroorzaakt door een bijwerking die het hand-voetsyndroom heet. Dit syndroom ontstaat doordat bepaalde chemotherapeutische middelen de kleine bloedvaten in de handpalmen en voetzolen beschadigen, waardoor de huid rood, gevoelig en pijnlijk wordt. In dit artikel lees je wat het hand-voetsyndroom inhoudt, welke klachten erbij kunnen horen en wanneer je contact opneemt met je behandelteam.
Wat is het hand-voetsyndroom bij chemotherapie?
Het hand-voetsyndroom is een bijwerking van bepaalde chemotherapeutische middelen waarbij de huid van de handpalmen en voetzolen beschadigd raakt. De medische naam is palmoplantaire erytrodysesthesie. De huid op die plekken is gevoeliger voor druk en wrijving, waardoor klachten zoals roodheid, pijn en huidveranderingen kunnen ontstaan. Het syndroom is niet besmettelijk en heeft niets te maken met hygiëne.
Chemotherapeutische middelen reizen via de bloedbaan door het hele lichaam. In de kleine bloedvaten van handen en voeten kunnen deze stoffen lekken en de huid van binnenuit irriteren. Omdat handen en voeten dagelijks veel druk en beweging verwerken, zijn juist die plekken kwetsbaar voor deze bijwerking.
Niet iedereen die chemotherapie krijgt, ontwikkelt het hand-voetsyndroom. Hoe sterk de klachten zijn, verschilt per persoon en per type behandeling. Meer algemene informatie over deze bijwerking vind je op https://www.handvoetsyndroom.nl/.
Welke symptomen horen bij pijnlijke handen en voeten na chemotherapie?
Klachten die kunnen passen bij het hand-voetsyndroom zijn roodheid, zwelling, warmtegevoel, tintelingen en pijn in de handpalmen en voetzolen. In een later stadium kan de huid droger worden, gaan schilferen of zelfs blaren vormen. Bespreek klachten altijd met je oncoloog of verpleegkundig specialist; die kan beoordelen of ze bij het hand-voetsyndroom horen. Je hoeft zelf geen ernstgraad te bepalen.
Mensen omschrijven de klachten vaak als een branderig of prikkelend gevoel, alsof de huid te strak zit. Lopen of iets vasthouden kan pijnlijk aanvoelen. Soms verandert de huid van kleur of voelt deze warmer aan dan normaal. In ernstigere gevallen kunnen er wondjes of blaren ontstaan die het dagelijks functioneren bemoeilijken.
Klachten beginnen meestal aan de handpalmen en de onderkant van de voeten, maar kunnen zich uitbreiden naar de vingers en tenen. Ze hoeven niet aan beide handen en voeten tegelijk op te treden. Meld veranderingen aan je huid zo snel mogelijk aan je oncoloog of verpleegkundig specialist, ook als je twijfelt of ze met de chemotherapie te maken hebben.
Welke chemotherapeutische middelen veroorzaken het vaakst hand-voetklachten?
Niet alle chemotherapeutische middelen veroorzaken het hand-voetsyndroom. Bekende middelen waarbij deze bijwerking vaker voorkomt, zijn capecitabine en fluorouracil (5-FU). Vraag je oncoloog of verpleegkundig specialist of jouw specifieke behandeling dit risico met zich meebrengt.
Naast het hand-voetsyndroom bestaat er ook een verwante maar andere bijwerking: de hand-voet huidreactie (ook wel HFSR genoemd). Deze kan optreden bij bepaalde doelgerichte therapieën, zoals VEGFR-remmers en multikinase-TKI’s — waaronder middelen als sorafenib en sunitinib. Hoewel de klachten op het eerste gezicht op het hand-voetsyndroom kunnen lijken, verschilt de oorzaak en daarmee ook de aanpak. Je behandelteam kan je vertellen welke bijwerking bij jouw behandeling van toepassing kan zijn.
De kans op klachten hangt samen met het type medicijn, de dosering en hoe lang de behandeling duurt. Bij hogere doseringen of langduriger gebruik is de kans op hand-voetklachten over het algemeen groter. Sommige mensen reageren gevoeliger dan anderen, ook bij dezelfde behandeling.
Als je weet dat jouw behandeling een verhoogd risico geeft op het hand-voetsyndroom of de hand-voet huidreactie, is het nuttig om al vroeg op veranderingen aan je handen en voeten te letten. Zo kun je klachten tijdig bespreken met je behandelteam.
Hoe lang duren pijnlijke handen en voeten na chemotherapie?
Hoe lang de klachten aanhouden, verschilt per persoon en per situatie. Bij mildere klachten verbeteren handen en voeten vaak binnen enkele weken nadat de behandeling wordt aangepast of tijdelijk onderbroken. Bij ernstigere klachten kan het herstel langer duren. Je oncoloog of verpleegkundig specialist kan je meer vertellen over wat je in jouw situatie kunt verwachten.
Tijdens een lopende behandeling kunnen klachten op en neer gaan. Na een behandelcyclus kunnen ze tijdelijk verergeren en daarna weer afnemen. Wanneer de chemotherapie volledig stopt, trekken de klachten bij de meeste mensen geleidelijk weg, maar dit kan weken tot maanden duren, afhankelijk van hoe ernstig de huidschade was.
Het is belangrijk om veranderingen in de ernst van de klachten bij te houden en door te geven aan je behandelteam. Op basis daarvan kan je oncoloog beoordelen of een aanpassing van de dosering, een tijdelijke onderbreking van de behandeling of een ander geneesmiddel een mogelijkheid is. Dit is altijd een afweging die je oncoloog samen met jou maakt.
Wat helpt tegen pijn en irritatie aan handen en voeten tijdens chemotherapie?
Er zijn een aantal algemene maatregelen die kunnen helpen om klachten aan handen en voeten te verlichten. Denk aan het gebruik van vette, parfumvrije crème om de huid soepel te houden, het vermijden van druk en wrijving, en het dragen van zachte schoenen en sokken. Bespreek altijd met je oncoloog of verpleegkundig specialist welke aanpak het beste past bij jouw situatie.
- Huid hydrateren: Breng meerdere keren per dag een vette, parfumvrije crème aan op handen en voeten, zeker na het wassen.
- Druk vermijden: Draag ruim zittende, zachte schoenen en dikke sokken. Vermijd activiteiten die veel druk of wrijving op handen en voeten geven.
- Warmte beperken: Heet water kan klachten verergeren. Gebruik lauwwarm water bij het wassen en douchen.
- Beschermen: Draag handschoenen bij huishoudelijk werk en vermijd blootstelling aan chemische middelen.
- Blaren niet zelf openprikken: Laat dit over aan een zorgverlener om infectie te voorkomen.
Welke maatregelen het meest nuttig zijn, hangt af van de ernst van de klachten en de specifieke behandeling. Je oncoloog of verpleegkundig specialist kan je begeleiden en zo nodig doorverwijzen naar een dermatoloog.
Wanneer moet je contact opnemen over klachten aan handen of voeten?
Neem contact op met je behandelteam wanneer klachten aan handen of voeten ernstig zijn, snel verergeren of het dagelijks leven sterk beïnvloeden. Denk aan hevige pijn, grote blaren, open wondjes of het niet meer kunnen lopen of vasthouden van dingen. Wacht in die gevallen niet tot het volgende geplande gesprek met je oncoloog of verpleegkundig specialist.
Ook bij mildere klachten is het nuttig om deze te benoemen tijdens je volgende gesprek met je behandelteam. Je hoeft niet zeker te weten of de klachten bij het hand-voetsyndroom horen. Beschrijf gewoon wat je ziet en voelt, dan kan je oncoloog of verpleegkundig specialist dat beoordelen.
Sommige mensen zijn bang dat het melden van klachten gevolgen heeft voor hun behandeling. Het is juist belangrijk om klachten toch te bespreken, zodat je oncoloog en verpleegkundig specialist samen met jou kunnen bekijken wat nodig is. Je oncoloog kan beoordelen of de dosering aangepast kan worden, de behandeling tijdelijk gepauzeerd kan worden of dat er andere mogelijkheden zijn om met de klachten om te gaan. Pas je medicatie nooit zelf aan en stop nooit zelf met de behandeling.
Situaties waarbij je snel contact moet opnemen, zijn onder andere:
- Blaren, wondjes of scheurtjes in de huid van handen of voeten
- Hevige pijn die niet overgaat
- Tekenen van infectie, zoals warmte, roodheid die zich uitbreidt of koorts
- Klachten die zo ernstig zijn dat je niet meer normaal kunt lopen of je handen niet meer kunt gebruiken
Je behandelteam is er om je te helpen, ook bij vragen over bijwerkingen. Aarzel niet om klachten te melden, hoe mild ze ook lijken. Tijdig bespreken kan voorkomen dat klachten erger worden en helpt je oncoloog en verpleegkundig specialist om de behandeling zo goed mogelijk op jou af te stemmen.
