Het hand-voetsyndroom is een huidreactie die kan optreden als bijwerking van bepaalde vormen van chemotherapie. Je handen en voeten raken dan rood, gevoelig of pijnlijk, en soms ontstaan er blaren of schilfering. Het syndroom wordt ook wel palmair-plantair erytrodysesthesie genoemd. In dit artikel lees je welke klachten erbij horen, welke chemotherapeutische middelen het kunnen veroorzaken, en wanneer je contact opneemt met je behandelteam.
Welke symptomen horen bij het hand-voetsyndroom?
Bij het hand-voetsyndroom ontstaan klachten aan de handpalmen en voetzolen. De meest voorkomende tekenen zijn roodheid, warmte, zwelling, gevoeligheid en pijn op die plekken. Soms voelt de huid tintelend of brandend aan. In ernstiger gevallen kunnen er blaren ontstaan of begint de huid te schilferen of te barsten.
Veel mensen omschrijven de eerste klachten als een gevoel alsof de handen of voeten warm en gevoelig aanvoelen, vergelijkbaar met een lichte verbranding. Je kunt ook merken dat de huid strakker aanvoelt of dat gewone handelingen, zoals lopen of iets vasthouden, pijnlijker worden dan normaal.
De klachten beginnen meestal op de plekken die de meeste druk of wrijving krijgen, zoals de bal van de voet, de hak of de vingertoppen. Het is goed om veranderingen aan je huid bij te houden en te bespreken met je oncoloog of verpleegkundig specialist, ook als de klachten in het begin mild lijken.
Welke chemotherapeutische middelen veroorzaken het hand-voetsyndroom?
Niet alle chemotherapeutische middelen veroorzaken het hand-voetsyndroom. Het treedt vooral op bij bepaalde middelen, waaronder capecitabine en fluorouracil (5-FU). Deze middelen worden onder andere gebruikt bij de behandeling van borst-, darm- en leverkanker.
Soms hoor je ook de term hand-voet huidreactie (afgekort HFSR). Dat is een andere huidreactie, met een andere oorzaak en een ander uiterlijk. HFSR kan optreden bij bepaalde doelgerichte therapieën, zoals sommige VEGFR-remmers en multikinase-remmers. Hoewel de klachten aan de handen en voeten bij beide reacties op elkaar kunnen lijken, gaat het om twee verschillende bijwerkingen. Als je een doelgerichte therapie gebruikt en klachten aan je handen of voeten krijgt, bespreek dat dan met je oncoloog of verpleegkundig specialist. Zij kunnen beoordelen om welke reactie het gaat.
Of je het hand-voetsyndroom krijgt en hoe ernstig het is, verschilt per persoon. Factoren zoals de dosis van het chemotherapeutische middel, de duur van de behandeling en individuele gevoeligheid spelen daarbij een rol. Sommige mensen ondervinden nauwelijks klachten, terwijl anderen meer last hebben.
Als je wilt weten of jouw medicatie het risico op het hand-voetsyndroom vergroot, is het verstandig dit te bespreken met je oncoloog of verpleegkundig specialist. Zij kunnen je ook informeren over wat je kunt verwachten tijdens jouw specifieke behandeling.
Hoe snel ontstaat het hand-voetsyndroom na de start van chemotherapie?
Het hand-voetsyndroom ontstaat doorgaans binnen enkele weken na de start van de chemotherapie. Bij sommige middelen kunnen de eerste klachten al na één tot twee behandelingen optreden, bij andere duurt het wat langer voordat je iets merkt.
De klachten kunnen ook per behandeling variëren. Soms zijn ze in het begin mild en nemen ze toe naarmate de behandeling langer duurt. Dat maakt het belangrijk om ook kleine veranderingen aan je handen en voeten in de gaten te houden, zelfs als je je in het begin prima voelt.
Merk je in de eerste weken na de start van je behandeling iets ongewoons aan je handen of voeten? Wacht dan niet tot een volgende geplande afspraak, maar neem contact op met je behandelteam. Vroeg signaleren kan helpen om ernstigere klachten te voorkomen.
Wat is het verschil tussen graad 1, 2 en 3 van het hand-voetsyndroom?
Het hand-voetsyndroom wordt ingedeeld in drie graden op basis van de ernst van de klachten. Graad 1 is de lichtste vorm: er is sprake van roodheid, een tintelend gevoel of een lichte gevoeligheid, maar dit heeft geen invloed op dagelijkse activiteiten. Graad 2 betekent dat de klachten pijnlijker zijn en bepaalde handelingen bemoeilijken, zoals lopen of iets vasthouden. Graad 3 is de ernstigste vorm, waarbij er sprake is van hevige pijn, blaren of wonden die dagelijkse activiteiten sterk beperken.
Je hoeft zelf geen ernstgraad vast te stellen. Het is aan je oncoloog of verpleegkundig specialist om te beoordelen hoe ernstig de klachten zijn en wat er nodig is. Wat voor jou belangrijk is: nieuwe, aanhoudende of toenemende klachten tijdig melden, ook als ze eerst mild lijken.
Graad 1: lichte klachten
Bij graad 1 zijn de klachten merkbaar maar beperkt. De huid kan rood zien of licht gevoelig aanvoelen. Je kunt je dagelijkse bezigheden nog normaal uitvoeren. Toch is het ook in dit stadium verstandig om je oncoloog of verpleegkundig specialist op de hoogte te stellen, zodat de klachten goed gevolgd kunnen worden.
Graad 2 en 3: toenemende ernst
Bij graad 2 nemen de klachten toe. Lopen of fijne motoriek kan pijnlijk worden. Bij graad 3 zijn de klachten zo ernstig dat ze het dagelijks functioneren sterk beïnvloeden. Neem in dat geval snel contact op met je behandelteam. Je oncoloog kan beoordelen of een aanpassing van de dosering, een tijdelijke onderbreking van de behandeling of een ander geneesmiddel een optie is. Dat is altijd een medische beslissing die je oncoloog samen met jou bespreekt.
Wanneer moet je contact opnemen met je behandelteam?
Neem contact op met je oncoloog of verpleegkundig specialist zodra je klachten aan je handen of voeten opmerkt die kunnen passen bij het hand-voetsyndroom. Wacht niet tot de klachten erger worden. Hoe eerder je meldt wat je ervaart, hoe beter je behandelteam kan meekijken en indien nodig actie ondernemen.
Sommige mensen zijn terughoudend om klachten te melden, omdat ze bang zijn dat dit gevolgen heeft voor hun behandeling. Dat is begrijpelijk. Toch is het belangrijk om klachten toch te bespreken: je oncoloog en verpleegkundig specialist kunnen samen met jou bekijken wat er nodig is en welke opties er zijn. Zo kan je oncoloog de dosering aanpassen, de behandeling tijdelijk pauzeren of in sommige gevallen een alternatief geneesmiddel overwegen. Welke keuze het beste past, hangt af van jouw situatie en wordt door je oncoloog samen met jou besproken. Pas nooit zelf je medicatie aan en stop er niet mee zonder overleg met je behandelteam.
Neem in elk geval contact op als je een of meer van de volgende dingen ervaart:
- Roodheid, zwelling of warmte aan de handpalmen of voetzolen
- Een brandend of tintelend gevoel dat aanhoudt
- Pijn bij lopen of bij het vasthouden van voorwerpen
- Blaren, wonden of scheuren in de huid
- Huid die begint te schilferen of loskomt
Probeer bij je afspraak zo concreet mogelijk te beschrijven wat je merkt: wanneer de klachten zijn begonnen, hoe ze aanvoelen en of ze invloed hebben op je dagelijks leven. Dat helpt je behandelteam om een goed beeld te krijgen.
Meer lezen over het hand-voetsyndroom en wat je kunt verwachten? Op https://www.handvoetsyndroom.nl/ vind je betrouwbare informatie speciaal voor patiënten en naasten.
